|
Hirschfeld, In de ban van de Macht.
A. v.d. Zwan.
Binnen twee dagen had ik het boek van v.d. Zwan over
Hirschfeld uit. Het is spannend, bijna een historische
thriller. Hij licht telkens een tipje van de sluier op, maar
houdt de (onaangename) verrassing in petto. De opbouw van
het boek op zich is niet slecht. Eerst het doen en laten van
de man, zijn functioneren en zijn gedrag analyseren daarna
zijn joodse afkomst en wat psychologie incluis de suggestie
van homofilie. Die beide facetten van zijn (sterke,
autoritaire?) karakter maken de verborgenheid - de dubbele
bodem - als element in zijn gedrag onder de omstandigheden
van vervolging plausibel en zelfs wel aanvaardbaar, indien
er al sprake van is geweest. In een ouderwetse, protestantse
maatschappij als de Nederlandse in die jaren was
gereserveerdheid een deugd die niet snel werd ervaren als
huichelachtigheid of schijnheiligheid. Het was een masker
dat goed van pas kwam in de ambtenarij en zeker bij het vak
van onderhandelen. Persona was toen nog bijna klassiek
identiek met masker. vdZ. duidt dit met recht even aan, waar
hij Hirschfeld’s karakter bespreekt - een schets die veel
weg heeft van de zgn autoritaire persoonlijkheid volgens
Adorno - een psychologisch construct waaraan het mechanisme
van de zondebok ook niet vreemd is.(Er is een wederkerigheid
tussen uitgesloten worden en zich uitgesloten voelen, dat in
het geval van Hirschfeld. met zijn joodse achtergrond van
doen kan hebben. Ook onder katholieken kwam dit type vaak
voor - ook zij werden lange tijd niet als volwaardige
Nederlandsers gezien, ultramontanen, die hun loyaliteit
telkens maar moesten bewijzen)
Het slot van het boek is gewaagd en misschien overbodig. Een
vergelijking met Fouché langs wegen van Stefan Zweig geeft
er een kleine literaire draai aan. In mijn herinnering staat
Fouché te boek als een rat - in spionage termen spreekt men
liever van een mol. Een dergelijke vergelijking is uiteraard
tegen de schenen van de fatsoenlijke Nederlander -
Bolkestein, van goede komaf, incluis? Het kan toch niet zo
zijn dat we ons al die jaren hebben laten beduvelen door een
zo geslepen man – die we vrijwillig alle macht in handen
hebben gegeven - dat hij ook na de oorlog weer weg komt met
een eerherstel dat hij dan ook nog weer min of meer zelf
bewerkstelligt - al is het met behulp van een man als
Fentener van Vlissingen, die lang de eigen belangen met een
pro duitse gezindheid heeft behartigd.
Ik moet zeggen, de vergelijking met Fouché deed mij ook even
schrikken en naar rationalisatie zoeken. Het heeft iets van
een plot, wat bij een historische reconstructie niet kan.
Het nodigt uit tot het verwijt dat er naar een ontknoping is
toegewerkt. Dat verzwakt de aanspraak op wetenschappelijke
analyse, maar past toch weer wel in een biografie, die
vraagt om een afgerond beeld van een persoon. Ik vind wel
dat de recensie van Bolkestein beneden de maat is, omdat het
hart van het boek niet aan bod komt. ( Het is waar, hij
bespreekt eigenlijk het boek van Fennema) Die kern van het
boek bestaat uit de analyse van de voor-oorlogse sturing
door Hirschfeld naar een pro-Duitse economische politiek.
Hier lijkt me dat de kritiek zich op moet richten. Dat doet
Kleman in een recensie, waarin hij stelt dat niet H. de
koers bepaalt maar de ministers Verschuur en later
Steenberghe. Ik had ook het gevoel dat in vd.Z's schets iets
niet klopt. Wie is er de baas op het departement? Hoe kan H.
zo zelfstandig een onlogische economische koers
volgen/maken, terwijl Steenberghe een sterke man met grote
ambitie is, zoals ook in de meidagen van 1940 nog eens
duidelijk blijkt. Formeel blijft trouwens ook een minister
verantwoordelijk en zeker een sterke. Ik deel dan ook de
kritiek van Kleman, waarin hij suggereert dat vd.Z. lijkt
toe te redeneren naar een conclusie, die hij bij voorbaat
heeft getrokken. De vraag is alleen bij voorbaat of toch na
bestudering van de economische feiten zoals vdZ die
rangschikt. Kleman maakt aannemelijk dat vdZ. het
vooroorlogse politieke raamwerk niet goed heeft ingeschat,
waardoor de pro-Duitse koers bepaald is door de ministers
die een achterban hadden met meer belang bij een duitse
afzetmarkt, terwijl Colijn dan meer de internationale,
Anglo- markten in het vizier hield. Ik zou nog eens naar de
markten en de producten moeten kijken om hierover een fair
oordeel te kunnen geven. Is het alternatief van de
Oslo-landen reëel of verdoezelt vdZ. met statistieken toch
enigszins het werkelijke beeld van de marktverhoudingen en
belangen voor Nederland? Op zich lijkt me de bewuste, zij
het opportunistische keuze van een pro duitse economische
politiek door vdZ. heel aannemelijk gemaakt en zal
Hirschfeld ook zonder meer deze koers gevaren hebben al dan
niet met steun van zijn ministers in de rug. De kwalificatie
pro Duits had voor de oorlog niet diezelfde pejoratieve
klank die ze nu heeft vanuit na-oorlogs perspectief, hoewel
Hirschfeld hier dan wel als opmerkelijk neutraal verschijnt
tegenover wat er in nazi-Duitsland gebeurt. Op economisch
terrein was Duitsland een werkelijkheid en een groeiende
macht. Hier wreekt zich dat Nederland vóór de oorlog
politiek niet een antifascistische koers wilde varen. Waarom
zou het dan een anti-Duits economisch beleid gaan voeren?
Met andere woorden pro Duitse krachten waren vóór de oorlog
niet zo verdacht als we nu wel zouden denken – zeker niet
o.l.v. een man als Colijn, die ook niet vrij was van
autoritaire opvattingen. Het behoorde tot de realistische
mogelijkheden om in het kielzog van Duitsland te varen. Ik
meen dat het neutrale Nederland van de eerste W.O. ook in
hoge mate pro Duits gehandeld heeft en het gaf tenslotte de
Keizer onderdak tot zijn dood. De Nederlandse
amusementscultuur was overigens ook Duits georienteerd – de
Schlagers en de vele padvinderachtige liederen, die gezongen
werden als men de natuur introk. Ter Braak met zijn Comité
van Waakzaamheid was een roepende in de woestijn. Democratie
werd vaak meer als een zwaktebod ervaren. Ik vind dat vdZ.
dit indirect wel goed aangeeft door het geschuifel van het
Nederlandse bedrijfsleven nadat Nederland in de meidagen
bezet is. Het liefst gaat men 'unverfroren' door met
productie en leveringen, is het bedrijfsleven in feite
gelukkig met de economische opleving die volgt op de
bezetting. Geleidelijk aan worden bedrijfsbelangen
voorgeschoteld als nationale belangen, belangen van het volk
– de voedselvoorziening moet veilig gesteld worden. Ook
maakt vdZ. het plausibel dat het dan te laat is een draai te
maken en Duitsland als een 'vijandelijke' markt te
behandelen. Nederland is in de netten verstrikt geraakt door
zijn opportunistische politiek t.o.v. de Nazi's.
Sommigen beweren dat Hirschfeld een vooruitziende blik heeft
gehad t.a.v. het ontstaan van een nieuw Europa. Het is zeer
de vraag of het apparaat - het Ministerie van Economische
Zaken, waar ik jaren lang heb gewerkt - dat hij heeft
opgebouwd niet eerder remmend dan stimulerend heeft gewerkt
op de modernisering van de Nederlandse industrie in een
Europese ruimte.
D.C.
|