|
De Uitvreter, Titaantjes, Dichterje,
Menetekel
Nescio
Nescio, voor één keer dan in
vloeiende zinnen – bij wijze van brief. Om het een beetje begrijpelijk te
houden en verteerbaar ook. Voor de gewone mensen, die vroeg opstaan met of
zonder zorgen, tot ook deze dag weer voorbij is. Er waait muziek van Gorter's
verzen en socialisme doorheen. Er wordt een liedje gefloten. En er is de mystiek
van het Hollandse land, zoals in de gedichten van Chris van Geel - nietwaar?
Het is er nog stil in deze verhalen. Hoor je tussen de regels ook Reve en
Schierbeek en God niet te vergeten en zijn goedertieren? Soms denk je dat Hij
alleen in Holland kan wonen zoals daar de zon ondergaat over de loodsen en
slootjes, de weilanden en de kerktorentjes. Daarom alleen al wil je wel
grienen. Want je weet dat het zo niet is, niet kan en toch uiteindelijk zo is,
Koekebakker met die onmiskenbare, aardige jongens Bavink en Hoyer en Bekker,
Verschuren en Termaat, de oude en de jonge.
Waar zit het hem dan in? Dat dit zo is, verhaal over het kleine, over weinig,
over bijna niets zou ik zeggen. Dat het van eenzelfde soort is als het werk van
Elschot, zo zakelijk en ontroerend. Dat is waar. Maar dat helpt niet, maakt je
niet wijzer. Gelukkig maar. Evenmin als die van Reve of Schierbeek - latere
verwanten. Nog het meest Schierbeek, nuchter, humoristisch en met liefde
voor het gepriegel van de mensen onder elkaar in dit wereldje - ook een mier
trap je niet dood.
En dan te bedenken, dat hij schrijft als om de hoek, aan de Marne de oorlog
woedt, god zelf door de loopgraven woelt alsof er op deze aarde geen eeuwigheid
kan zijn. Slechts even worden Pruisen en ergens ook de keizer genoemd. En in de
ondertitel van Dichtertje wordt het derde oorlogsjaar vermeld met het
veelzeggend citaat: bellum transit, amor manet. Is het ook en juist daarom dat
hij zo ontroerend dat ene, nog veilige plekje, Holland met zoveel tederheid
beschrijft?
Is het toch nostalgie, dit zo mooi te vinden? Nostalgie naar het Holland met de
slootjes, de bruggetjes, de weilanden, de Cunera-toren en het Binnen- en
Buiten-IJ? Holland zonder flats, fly-overs en vliegmachines in de
Haarlemmermeer. Het zal zeker. Ik heb in de kast een boekje staan met de
schilderijtjes van Sal Meijer uit 't Gooi en Amsterdam van toen. (Ik houd niet
van poezen, alleen van die van Sal wel). En ook de schilderijtjes van latere
Nederlandse naďeve schilders - verwanten van Nescio, verliefden van het
landschap. Zonder de wolken van de oude Hollandse meesters te vergeten. Want
altijd is er licht in het land van Nescio, op elk blad bijna.
En dat licht maakt het land ook mythisch. Als Koekebakker een sigaar opsteekt,
Japi staart over het water, Hoyer op reis is en Bavink aan het schilderen - hoe
vaak het ook gebeurt, het lijkt telkens de eerste keer. Het is tegelijkertijd
ook altijd het verleden, waarover 't gaat: herinnering. Maar toch... elke dag is
het scheppingsdag. Het gebeurt telkens allemaal voor het eerst, ook al herhaalt
God zich dag in dag uit, zoals hij die lichtstreep trekt over de zee naar de
einder. De gaslantaarn, de stoof, de kolenkachel, het stenen pijpje, dat alles
mag verdwenen zijn, maar de jongens zijn er voor eeuwig in dit land van almaar,
oneindig stromende rivieren, lichtschitterende slootjes en rode en gele zonnen.
Mythisch ook, omdat de wereld niet verandert, zichzelf voortdurend herhaalt,
ondanks de idealen. Maar die lijden schipbreuk op de onveranderlijke
werkelijkheid van alledag. Het milde cynisme is eerder een 'boeddhistsche'
aanvaarding, waarborg voor behoud van het klein(st)e - denk aan de talloze
verkleinwoordjes - en voor de eeuwigheid.
Is zijn werk ooit vertaald, in welke taal en door wie? Ik weet het niet. In het
Duits of Frans wordt het niets, als je het mij vraagt. Dat wordt gezwijmel of
een steriele, mathematische franse tuin. Die begrijpen dit niet, dit
levensgevoel. Het Engels maakt een kansje, hoewel ik dan eigenlijk vooral denk
aan Ierland - de dichter Seamus Heaney bijvoorbeeld - en aan Amerikanen.
William Carlos Williams die zo'n stil gedicht
schrijft als:
Poem
as the cat
climbed over
the top of
the jamcloset
first the right
forefoot
carefully
then the hind
stepped down
into the pit of
the empty
flowerpot.
Als ze Nederlands zou kennen, zou Annie Proulx er misschien iets van kunnen,
hoewel een te ruwe bolster misschien toch? Japans, dat wint het, denk ik.
Vanwege de bloesem, het verfijnde schrift, de verwevenheid van cultuur en
natuur, het landschap alom, de innige verbondenheid van mensen en goden, de
schaalgevoeligheid voor de dingen - de miniatuur tuinen en micro-producten - en
niet te vergeten het allesdoordringende spel van licht en donker - lees
Tanizaki's Lof der Schaduw - dat is het waarom ik denk dat Japans een goede
eerste is bij een vertaling.
D.C. |